26/10/2013

Beste mensen, dat was hem. 

(Foto: Annemie Augustijns)

De laatste voorstelling van ‘Tristan und Isolde!’ Een, voor mij, prachtige, leerrijke en heerlijke ervaring. Waar ik heb kunnen samenwerken met een heleboel getalenteerde en geëngageerde mensen.

BEDANKT aan iedereen die bij dit proces betrokken was / THANK YOU everyone who was involved in this process. Ik hoop van gauw met jullie terug te mogen werken! / hope to be able to work with you all again very soon! -en de muziek blijft maar doorgaan in mijn hoofd-

Hier nog een link naar een docu van Canvas over het maakproces, voor diegenen die nét wat meer willen. 

http://www.cobra.be/cm/cobra/muziek/1.1756363

Het was zò fijn om net zoals bij een Abattoirproductie een breed publiek te zien bij deze opera. Ik ben blij dat zoveel mensen genoten hebben van deze show en vanaf nu meer gaan proberen de opera te bezoeken.

Ik heb ook besloten deze blog aan te houden en sporadisch blogs te posten over andere producties waar ik aan ga werken. Dus niet tot nooit meer, wél tot heel gauw. Dikke zoenen, over en voorlopig even uit.

Stef.  

23/09/2013

Amai.

I survived ‘Tristan und Isolde’. 

Het was een prachtige première. Wat zijn die solisten fantastische zangers! En: ze hebben zéér goed gespeeld! Hoe charmant het bijwijlen ook kan zijn om operazangers energie te zien pompen (en soms verspillen) aan de Grote Gebaren, in een opera zoals ‘Tristan und Isolde’ maakt net een fijn, genuanceerd, down-to-earth spelen dat werk begrijpbaar, spannend én ontroerend. (Het was weer van dattum. Mijn vriendin van 't zelfde. En maar huilen.)

Ik heb tijdens het groeten ook een boe of drie gekregen. Wat me behoorlijk meevalt. Of zoals sommigen zeggen, behoorlijk tegenvalt. In a way: I couldn’t care less. Het is een voorstelling geworden waar ik trots op ben en veel van geleerd heb. Maar! Het Is tegelijk fascinerend want ik heb nog nooit een ‘boe’ gekregen. Wel mensen die m’n werk slecht vinden, zeker. Maar specifiek een ‘boe’ is nieuw voor me. Het is iets dat ik associeer met een ander tijdsgewricht of met risqué regisseurs in grote oude huizen in Duitsland of Parijs. Erg grappig, dat wel. Ik zit er nog steeds om te gniffelen.   

Ik heb niet alleen drie ‘boes’ maar ook waanzinnig veel chocolade van de Vlaamse Opera gekregen. Terwijl ik nog zò zei dat ik op dieet ben. Nou. Die voorraad is de laatste 24 uur ongelofelijk geslonken. Ik voel me ook niet zo lekker.

Ik heb het niet kunnen laten om effe te googlen hoe die avond binnenkwam bij een publiek dat er ook online iets over kwijt wou. Ik pik deze tweet uit een aantal reacties. Het is een tweet van Miho Morioka en die zegt;

'Stef Lernous演出《トリスタンとイゾルデ》@アントワープ:演劇方面の人で、さすがにまとめ切れてない部分も多いし、何よりあまりの設定変更に「これは無理」と思う人は多いに違いないのだけれど(実際帰った人も)、ものすごく素晴らしい場面がいくつかあって驚く。’

Als je die door Google Translate haspelt, komt ie er zo uit:

’@ Antwerp “Tristan und Isolde” Stef Lernous Regisseur: een man van het theater district, het deel dat u niet samen inderdaad veel te snijden, en mensen denken “Dit is onmogelijk,” en wijzigen van de instelling van veel, maar hij moet meer dan wat dan ook te zijn (die eigenlijk terug), verrast als er een aantal ongelooflijk grote scene.’

Zo. Dat lees je ook niet elke dag. Vooral dat ‘wijzigen van de instelling van veel’. 

Wil ik nog iets over de voorstelling zelve kwijt? Mmm. Niet te veel. Ik praat niet graag over het werk, laat staan dat ik de ‘dingen’ zou willen beginnen uitleggen. Maar misschien toch dit. 

Wagner wou dat ‘Tristan und Isolde’ werd opgevoerd in een geabstraheerd decor. Niet letterlijk een schip, eerder het ‘idee’ van een schip. De zee, de golven zijn abstract. Symbolisch, if you will. Het gaat om de reis. De reis naar Cornwall is een reis naar de dood. Wanneer Tristan zingt over de wind in de zeilen zetten, bedoelt hij dat er haast bij is. Dat de dood in zicht is en dat alles snel moet gaan. Daarom is het ook wat silly om ‘Tristan Und Isolde’ óf te situeren op een schip óf in een tijdskader te plaatsen waarbinnen elke zin en elk woord letterlijk ‘klopt’. In beide gevallen breng je de opera terug naar een één-op-één niveau. Saai, gemakkelijk en bovendien tegen de geest van Wagners idee van ensceneren in.

Gelijk welke setting is interessant om uit te proberen. Het werk is sterk genoeg om een andere setting te overleven, je blijft in het dramatische verhaal gezogen worden. Ik zeg daarmee niet dat mijn specifieke decorkeuze random is - integendeel - maar je zou ‘Tristan’ zich ook kunnen laten afspelen in een ruimtestation (een schip!), op kantoor of in een vliegende brandende bus bemand door reuzehagedissen. Het is een interessant experiment met dit soort ‘sterke’ muziek. (M’n oor jeukt terwijl ik dit schrijf. Ongetwijfeld hebben er net drie Wagnernerds hun kop komen te leggen. Rustig maar, het gaat om de gedachte, niet om een effectieve voorstelling.)      

Het moet dus ‘associatief’ kloppen, over een voorbij-de-abstractie decor. Terug concretiseren van het abstracte (van het idee) en daardoor tegelijkertijd opnieuw mystificeren. Een glasscherf kan in zijn abstractie een mes zijn, maar voorbij de abstractie kan de glasscherf eender wat zijn. Een kasteel van kristal, de reflectie van een dode geliefde, een ijzige laatste adem of een vliegende brandende bus bemand door reuzehagedissen. (Rustig, rustig.)

Ook dit. Onze geliefden besluiten aan het einde om te blijven leven. Ze vragen, zingen, smeken in de tweede akte om de nacht en om de dood. Dat is zeer zeker schoon, maar het is niet wat ze uiteindelijk willen. Aan het einde van de rit smeken ze niet langer naar een sterven en verlangen naar het leven. Wat ze zingen wordt delirant en Isolde verliest haar verstand. Ze ziet Tristan als voor levend. Waanzinnig, maar wel mooi. Ze kiezen voor het leven, maar het is de dood die zich als een deken over hen spreidt. Als ze vrijwillig zouden kiezen voor de dood is er geen frictie, geen drama en geen ontroering. 

Het is een must om de goden (in dit geval Tristan en Isolde) te dwingen tot een normaal mensenleven. Door hen in de (smerige) banaliteit neer te poten. Het bovenmenselijke, het mythische komt sowieso bovendrijven, daar zorgen de muziek, het kunnen van de solisten en het menselijk mededogen wel voor.

Alleen zo is deze opera verteerbaar voor een normaal publiek, voor mijn studenten, voor mijn ouders en vrienden.

Toch zijn er ook fans die hun Tristan en Isolde niet willen ‘afgeven’. Dat is jammer, verkeerd en nutteloos. Omdat er bakken nieuwe generaties van cultuurliefhebbers zijn die nog nooit naar opera zijn geweest. Omdat ze de rituelen en het repertoire niet kennen, omdat ze denken dat het dodelijk saai is, omdat ze op de vingers getikt worden door opera-snobs.

Voor wie denkt dat ik met dat laatste overdrijf: wat dacht je van deze:

image

Bovenstaande foto heeft de Vlaamse Opera op Facebook geplakt en dit is één van de reacties van een boze meneer: “"That… Tristan??? It’s a bad joke !!! Or it’s Tristan but not by Richard Wagner !!"

Wat moet een potentieel nieuw operapubliek met zo’n opmerking bij zo’n foto? Ik begrijp die reactie waarlijk niet, tenzij ze héél eng denkend is. Het is een foto van Tristan en Isolde in een gehavende ruimte. That’s it. Dat is al wat je als kijker ontwaart. Die foto interpreteren als een schandelijke desacralisering van het monstre sacré van de operawereld is, geef toe: snobisme.    

Als opera écht de 21ste eeuw in wil en zich een toekomst wil verzekeren, zal het medium mee moeten evolueren. Nu houdt het zich soms (nogmaals: rustig, rustig, ik schrijf: ‘soms’) onterecht overeind als laatste bastion van het oubollige, en dat oubollige laat zich vooral kenmerken door eenduidigheid. En dat is belachelijk. Repertoire, geschiedenis, literatuur, collectieve rituelen zijn belangrijk. Maar als docent weet ik ook dat je soms mensen iets moet leren en dat je in dat proces bereid moet zijn om jezelf mee in de waag te leggen.       

Ik kan nog wel een tijdje doorgaan, maar. En tenslotte. Opera heeft alle middelen in huis om op een frisse manier ijzeren repertoire aan een nieuw publiek te introduceren. En het is dat nieuwe publiek dat de opera een toekomst zal verzekeren. Ik zie het in elk geval al heel goed zitten. Wat zie je zitten, Stef? Rustig, rustig.

Ondertussen. Tja, ondertussen dringt al het werk zich op dat de afgelopen weken is blijven liggen. Naast mijn laptop staan borden, tassen en glazen op te hopen. Kastickets en facturen hebben zich vermengd met oud papier, Tristan opera-notities en kladschriften voor toekomstige producties. Leeggoed, CD’s, platenhoezen, kabeltjes allerhande zijn één grote mess op mijn bureau. Bates Motel episode 9 loopt op het scherm naast me (ook een heel slechte reeks overigens). O, en dan is er nog de rommel op m’n computer. Bestanden die random over een paar harde schijven verspreid zijn geraakt. En een waslijst aan onbeantwoorde mails. Ik moet aan een muziekproject met Capsule beginnen, dan een treatment voor een gargantueske voorstelling in december 2014, ik moet een eerste versie van Grey Gardens afwerken, een vertaling maken van het stuk dat ik met m’n studenten ga ensceneren, een eerste versie van Alice in Wonderland schrijven en ondertussen verder werken aan m’n langspeelfilmscenario. 

Morgen. Ja, morgen, dan heb ik tijd.

O bugger all.

Nee wacht.

Morgen is het de opening van het nieuwe schooljaar, gevolgd door een gesprek met twee vrienden-collegae over de masteropleiding Spel aan het RITS en dan wéér naar de opera. Hihi. Wéér naar de opera. Dat had ik nooit kunnen dromen. Wat een prachtig bestaan. Wat een job!  

Mmm. Goed. Waar blijft het vervolg, wie durft, en wat zal het worden? Een Offenbach? Puccini’s ‘Gianni Schicchi’? Iets van Schreker? Of die ene écht grote uitdaging? Misschien iets van Wagner? Die hele lange? Hoe heet die cyclus ook alweer? Mmm?

Anybody?

20/09/2013

Hey mensen.

't Is net voor middernacht wanneer ik begin te schrijven. 

Ik geef jullie een korte samenvatting van de afgelopen dagen. Vergeet chronologie. Ik heb geen idee meer van wat, waar, wanneer gebeurd is. Ongeveer wel, maar niet echt.

Dit is de plaat die loopt.

image

Ik heb hem vorige zomer zien optreden. Die Booker T. Onder andere met de dochter van Bill Withers. Aan het einde van deze blogpost stop ik er nog een foto bij van Bill Withers met m’n vriendin Laura. Want die waren beiden op dat concert. Niet samen natuurlijk. Laura was bij mij, Bill met Booker. Even waren ze wél samen natuurlijk, voor de foto. Maar dat is voor later. 

Het waren drukke dagen met veel mensen in de zaal. Mensen die heel de tijd binnen en buiten lopen en niet echt voorzichtig zijn met klappende deuren. Ook op scène klappen de deuren in het decor soms te hard naar mijn zin. Dus de solisten en acteurs moeten die op kieren laten staan. Het is moeilijk focussen op wat er op scene gebeurt. In de zaal ‘gonst’ het heel de tijd. Mensen praten en fezelen, lopen op en neer, sommigen liggen te slapen, anderen maken grapjes, anderen kijken gebiologeerd. Focus, Stef, focus. Het is anders wel een leerschool.  

Maandag zijn de ‘andere Tristan en Isolde’ toegekomen. Ingeval Lioba en Franco wegens ziekte niet kunnen zingen, gaan ze vervangen worden door Andreas en Marion. Ze hebben een week en een half de tijd om onder de knie te krijgen waar Franco en Lioba al zes weken aan werken. Het is mijn assistent Marcos die een paar uur per dag met hun repeteert. Bovendien hebben Andreas en Marion één doorloop gekregen om zich al zingend door te spartelen. Gisteren zongen ze de generale. Martina was ziek. Een andere zangeres ‘dubte’ haar in terwijl zij deed alsof ze zong. Welcome in the weird and wacky world of opera!

Vorige dinsdag was het de pre-generale, daar hebben we akte 1 en 2 doorlopen. We schoten een kwartier in tijd tekort om akte 3 af te maken (uurregelingen! vakbonden!)  en hebben akte 3 op woensdag gedaan. De zangers zijn excellent. Lioba en Franco maken mooie sprongen en Martin is bijwijlen bijzonder mooi aan het spelen. Alleen jammer dat Martina er niet was. Martina was toen al wat ziekjes en ik hoop-hoop dat ze de première gaat zingen. Fingers crossed, people, of ik sta vrijdag of zaterdag te repeteren met een nieuwe zangeres. Ha! En toeval wil dat ik net een email krijg van de Vlaamse Opera dat Martina er zal staan zaterdag! Yes! Bingo, baby! 

M’n plaat is afgelopen en ik zet een aflevering slechte televisie op. Iets dat ‘loopt’ terwijl ik werk. Jezus, dit is een wel bijzonder slechte reeks. ‘Under The Dome’. Wat is me dat vreselijk zeg. Ik zit aan aflevering 13. ‘Ze moeten het ei beschermen en het licht verdienen’. Say what now? Fuck it. Ik zet een andere plaat op. Effie gaan zoeken. Hang on. 

Ja. Deze. 

image

Mmm. Ik moet eerlijk bekennen dat ik wat triest was toen ik akte 3 niet kon zien of horen, na akte 2. De dag was de eerste keer dat ik een beetje kon kijken. Niet als regisseur maar als toeschouwer. Het voelde aan alsof er van een geweldig verhaal plots een stuk werd afgeknipt. Wat ook gezegd moet worden is dat ik enorm genoot van die pre-generale. Ik ben blij waar we geraakt zijn, zowel qua spel als qua sfeer. Er is nog wat werk aan het licht, dat wel. Details en timing. Ik ben bereid, en ik denk dat ik ook voor m’n lichtontwerper Sven mag spreken, om er tot op de laatste minuut aan te werken. And I think we should.

Ik ben geïnterviewd door Canvas, Cobra, het Journaal, Arte, De Tijd, De Gazet Van Antwerpen, Pompidou (Klara) en ik was op Joos (Radio 1). Wat een aandacht heeft de opera weten te versieren. Na twee dagen van dattum was ik pompaf. En je stelt jezelf altijd weer dezelfde vraag achteraf. Had ik maar heel de tijd zinnige dingen gezegd. Met m’n stomme grapjes altijd. Van de andere kant is het moeilijk om uit te leggen wat spelers, zangers en regisseurs nu precies doen. Wat m’n ideale betrachting operagewijs zou kunnen zijn. Ja. Dit proces heeft wel iets in me losgemaakt. Ik ben, laat ons zeggen, wat gebeten. Omdat ik mogelijkheden zie. Omdat ik veel getalenteerde mensen heb leren kennen. Omdat ik de grenzen van het flexibele van een repetitieschema aan het aftasten ben. Misschien zelfs, omdat ik mij eigenlijk alweer aan het voorbereiden ben. Kan het nog cryptischer? Ja hoor, wat dachten jullie hier van; ‘zeeplok wabba hey hey  doehdah beeplok’. Als het echt moet kan ik nóg cryptischer worden. 

Was het deze week dan al opera wat de klok slaat? Nee, hoor. Ondertussen gaat het leven verder. 

Pepijn is een geluidsopname in m’n huis komen maken voor de docu op de ‘MONSTER!’-DVD. Nick en ik hebben besloten de DVD pas uit te brengen begin december - in plaat van met Halloween. Het geeft ons tijd om iets heel bijzonders te maken van die DVD-release. Ha! Wat nog? Oh! Ik ben met m’n goeie vriendin Eline De Munck snel-snel hapje gaan eten en we hebben wat bijgepraat. Ik probeer de decor-changementen die ik heb gefilmd van de camera te halen maar er is een hardnekkige file die ik maar niet van de camera op men pc krijg. Ik ben een kleine 150 toi-toi’s aan het schrijven voor al de mensen die naar mijn weten hebben meegewerkt aan Tristan en Isolde. (Auw, mijn hand.). 

Ik ben zenuwachtig omdat ik er vast van overtuigd ben dat ik een note vergeten te geven ben. Daar ga ik vannacht geheid van wakker liggen. Wat is die ene opmerking die vergeten ben? Laat ons hopen dat de première niet staat of valt op basis van één vergeten te geven note. Een regieaanwijzing à la: niet vergeten op te komen en zingen, hé jongens. Laat ons samen bidden. Of hout afkloppen. 

Oh! Hoe kon ik het vergeten! Er zijn nu al boze mensen op facebook. En onterecht! Vijf Abattoir acteurs zijn gëinterviewd door de GVA en de kop van die krant was ‘Wagner is een pain in the ass’. Dit is die kop.

image

Enkele mensen zijn boos geworden omwille van die kop. Een kop die door de krant wordt gekozen nota bene. Die mensen zijn heel erge en gemene dingen beginnen schrijven zoals dat we ‘bekrompen breinen’ hebben en ‘vulgair’ zijn en ‘nog nooit een opera gezien hebben’ en ‘ik een prachtige man ben met de uitstraling van een rijpe George Clooney’. Okee. Dat laatste hebben ze niet geschreven, maar het had gekund. Het spijtige is dat die reacties worden geplaatst op basis van het lezen van een krantenkop. En in alle anonimiteit want het zijn schuilnamen. Spijtig. Ik reageer er niet op (want Nick heeft dat al gedaan). Misschien nog even schrijven dat ik van plan ben ‘Tristan’ en ‘Isolde’ op men lijf te laten tattooeren. Is dat vulgair? Obsceen? Nope. Het is een haast magisch ritueel dat een waardevolle betekenis met zich meedraagt. Welke, dat is mijn zaak. 

Ik maak me sterk dat Wagner-fans deze versie gaan appreciëren. Ik wil heel hard geloven in een publiek dat wanneer het ‘haar’ muziek naar behoren te horen krijgt, bereid is om een niet voor de hand liggende enscenering te accepteren.

Omdat aan het einde van de rit. Na al het gezeik en gepruts. Na al de verzuring en na al het plezier. Na alles wat fout gaat in een creatieproces. Na alles wat goed gaat in een creatieproces. Na meningsverschillen en na verzoeningen. We heel hard van opera houden en het proberen te respecteren voor het medium dat het is. Het is geen theater en het is geen schilderkunst. Het is opera. 

Het is een kunstvorm die met één voet in een rijke geschiedenis staat en met een andere voet probeert van in het ‘nu’ te staan. Maar dat blijkt niet altijd zo makkelijk. 

En hier is de foto van Laura met Bill Withers.

image

Tot daar.

07/09/2013 

Vandaag is vrijdag. 

't Is iets dat ik een paar keer per dag doe. Mezelf hardop herinneren welke dag het vandaag is. Waarschijnlijk omdat de première dichterbij komt. Misschien, heel misschien, omdat ik gisteren de trap heb genomen in plaats van de lift, ben ik nu aan een alternatieve première aan het werken. En is er in een alternatief universum een betere (of slechtere!) voorstelling in de maak. Een parallelwereld waar vrouwen zich aangetrokken voelen tot dikke mannen. Zucht. Ik slaap te weinig. 

Vandaag is vrijdag maar toen ik begon aan deze blog entry was het donderdag. Vandaag is vrijdag, gisteren donderdag.

Vandaag is donderdag. 

De bel gaat. De Canvasploeg staat voor de deur. Die volgen me al een paar dagen. Vandaag komen ze bij me langs. Oh, God. Ik heb besloten dat ze sommige kamers niet te zien krijgen. Ze willen een ‘rustige’ plek om me te filmen. Ik laat hun kiezen tussen mijn werkkamer en ‘het glazen kamerke’. Een soort van glazen koterie die ooit ergens in de fifties op het tweede verdiep van mijn huis is gebouwd.

image

Het wordt er superkoud in de winter en fuckin’ hot in de zomer. Laura heeft er ooit geprobeerd mandarijntjes te kweken. Die plant was op een paar weken tijd verschroeid. Ah! Het wordt de glazen kamer, zegt meneer Canvas. Lucky me.

Het is nog steeds donderdag, een uur verder. Voor we het filmen afronden, wil regisseur Guido nog een shot van ikke die ‘aan het werken’ is. Dus. Ik schrijf deze zin terwijl er drie meter verder een camera me aan het filmen is. Ik kan aan niets anders meer denken. Ik hoor ze het woord ‘close’ gebruiken en betrap mezelf er op dat ik glimlach. En nu denk ik, oh nee, dit is de shot die ze gaan gebruiken. Ik word die ‘vreemde artiest die zit te lachen om zijn eigen schriftuur’. Ik besef dat mijn bril op mijn voorhoofd staat i.p.v. op mijn neus. Dat ik luid aan het ademen ben. Dat ik wéér glimlach. Man o man, wat ben ik aan het zweten. Ze zijn heel stil. Misschien zijn ze weg, de Canvasmensen. No such luck, ik voel ze nog. 

Ik ben nu deze blog aan het reviseren, intussen zaterdagochtend, het is 0u55. Ik luister naar een schijf van een van m’n lievelingszangers; Paul Williams. Voor wie hem niet kent: 

http://www.youtube.com/watch?v=mg-GerS3-kU

Vandaag (donderdag, toch?) zie ik alles na mekaar. Akte 1, 2 en 3. Voor de eerste keer met een worp naar kostuums, make-up en licht. Ook de eerste keer met figuranten, acteurs en solisten. The whole shebang.

Op wat details na ben ik blij met de eerste akte. Het kan allemaal wat fijner. Een van de solisten moet iets scherpere keuzes maken, een andere solist mag niet vergeten dat het geen sologebeuren is. Maar hoop en al ben ik gerustgesteld. Ondanks het feit dat vandaag vrij technisch verloopt, heb ik gevraagd om wél de juiste intenties te tonen bij het zingen. Daarmee bedoel ik dat de zangers me acteergewijs moeten tonen ‘waarom’ ze ‘wat’ zingen. Een aanzet tot spelen tonen, zeg maar. Vrij snel laten de solisten zich gaan en beginnen ze te zingen (op 50 percent van hun capaciteit uiteraard, het is een repetitie). Ik ben niet blij met Isolde’s schoenen, Brangäne’s jasje is wat te groot en de sjaal van Tristan is too much. 

Akte 2 komt wat moeilijk van de grond, maar die heb ik elke repetitie al beter gezien dus ik maak me geen zorgen. Een kostuum en wat props worden geschrapt. En een film van 40 minuten die ik had gemaakt, gaat er ook uit. Ik heb er geen probleem mee, wanneer iets niet werkt moet je het dumpen. Niet te veel omkijken, vertrouw op je buikgevoel en verder.

Oh! Voor we aan de doorloop begonnen had ik een lunchafspraak. Dus, nog steeds donderdag. Nee wacht, dat was woensdag. De afspraak was met Nathalie, bij Gustav (de brasserie aan de opera). Fuck nee, ‘t was wél donderdag want Gustav was die dag uitzonderlijk gesloten en we zijn naar de Wagamama geweest bij gebrek aan tijd voor iets degelijks en écht lekker.

De plaat van Paul Williams loopt af. Het laatste nummer dat ie zingt is ‘We’ve Only Just Begun’, een nummer waarmee hij The Carpenters de hoogte in heeft gekatapulteerd. Dit is een foto van mij met Paul Williams.

image

  

Nathalie doet o.a. de productieleiding van al wat aan Abattoir Fermé gerelateerd is. We hebben wel wat te bespreken, vooral wat de nakende “MONSTER!”-DVD betreft. Ik ben niet blij met de kwaliteit van het DVD-boekje en ben bang dat we een aantal deadlines niet gaan halen. Nathalie gaat op zoek naar een betere kwaliteit van boekje. Dit is een foto uit de reeks.

image

Ook gaat Nathalie achter de rechten aan van ‘The History of the Devil’, een tekst van Clive Barker, die ik komend seizoen met m’n zes Masterstudenten Spel wil ensceneren. De tekst is nooit opgevoerd in België. Dus checken of we mogen en of ik de tekst al dan niet mag vertalen. 

Donderdag. 

Akte 3 ziet er goed uit. Opmerkingen van kleine aard. De zangers moeten vrijdag niet terugkomen voor correcties. Een dagje vrij dus, die voor hun nét op tijd komt. Die dag kunnen ze hun stemmen laten rusten alvorens zaterdag aan de slag te gaan met Dmitri en voor de eerste keer met het orkest. In akte 1 zit de figuratie strak, nog niet écht in akte 3. Marcos, m’n geweldige assistent, ziet het zitten om volgende dinsdag met de figuratie apart te werken. Hij zal ze flink drillen op cue’s. Het grootste werk zit nog in het licht. Maandag is m’n laatste lange dag om daaraan te werken. Dat is onwaarschijnlijk spannend - ‘licht’ is bij Abattoir nooit zomaar ‘licht’, nooit zomaar uitlichten. Het is het tot leven brengen van decors. Het is het zetten van sfeer. Het is net zoals muziek, figuranten en zangers; een speler in de totaalervaring.   

Vrijdag, dat is morgen, schreef ik gisteren.
Maar ondertussen vandaag (!) gaat Wilfried Pateet-Borremans, het enfant terrible van de Belgische theaterwereld, een guest appearance maken op het Theaterfestival in Brussel. Recto:verso gaat er de Cultuurprijs voor podiumkunsten ontvangen. Wilfried zal speechen over de zin en onzin van kunstkritiek. Die tekst moet ik vandaag (woensdag!) afwerken.

Nog steeds woensdag. Het schooljaar staat in de startblokken en als vakhoofd van de theater spelopleiding van het RITS moet er veel opgestart worden. Een tekst ter werving, een tekst ter motivatie intern en een tekst over het stuk dat ik met m’n studenten wil maken.

Ik maak de bedenking dat wanneer we de rechten niet krijgen voor ‘The History of the Devil’, ik een ‘nieuwe’ Shakespeare bij mekaar sprokkel, met stukken bestaand materiaal. Ik bedoel: Othello, Hamlet en Cordelia komen binnen in een bar en vertellen mekaars leed aan de hand van monologen en herleven haast therapeutisch fragmenten uit hun leven.

Hier is een foto van een groep studenten van me van een paar jaar geleden.

image

Donderdagvoormiddag.

Een beetje nerveus aan het worden plots. Er bevindt zich een camera op ongeveer een meter van m’n hoofd. Boven me hangt een micro te zweven.

Donderdagavond.

Blij met hoe de dag verlopen is. Het geeft een goede stand van zaken weer. Het maakt het werk zichtbaar dat er nog is. Want hoewel alles min of meer staat waar het moet staan, is er nog veel werk. 

Ik zie Ante (die de rol van Koning Marke speelt), hij heeft zo goed als de hele tijd in de zaal gezeten en gekeken. Hij is heel blij en vindt het nét genoeg. Hij vertelt over hoe economisch alles zit en is verrast door het spel van zijn collega’s. 

Kim Vandenbergh (van Stout! filmpjesmakerij) is ondertussen volop aan het monteren aan een mockumentary voor op de “MONSTER!”-DVD; een extraatje voor de fans. In de docu komen we te weten wat er gebeurd is met Kirsten, Tine, Chiel en ik ná de opnames van de reeks. Kim mailt me aan het einde van elke dag een nieuwe cut van een segment door. Ze begrijpt heel goed wat ik wil en slaagt erin om mijn soms amateuristisch gefilmde nonsens min of meer toegankelijk te maken. Het is iets heel fijn om naar uit te kijken aan het einde van de dag.

Vandaag is vrijdag en komt er géén filmpje. Kim zit onder tijdsdruk en gaat nu een week op vakantie. Mmm. Da’s een zin om twee keer te lezen. Ik heb een productievergadering om 10u in de opera, aansluitend een meeting over licht.

Vorige maandag zag ik in Antwerpen een man op het terras van een pizzeria met op zijn schouder een rood-blauwe ara. Geweldig, groot beest. De ara had de blauw-wit gestreepte T-shirt van de man ondergekakt. 

Kim mailt me dat ze vijf dagen heeft gemonteerd aan men beeldschieterij. Normaal zou ons dit tussen een paar duizend euro kosten. Denk ik. Maar er is geen geld en ze doet het in ruil voor twee tickets voor ‘Tristan en Isolde’. I’ll add something to that. Kreng, Abattoir’s huiscomponist, scoret en bruiteert de montage. Ook hier geen geld. Dus betalen we met een LP die Kreng nog niet in zijn collectie heeft (‘The Thing’, met muziek van Ennio Morricone en John Carpenter). Thanks, guys. 

Dit is een foto van Tine en Nick uit onze vierde Abattoir productie, in het jaar 2000.

image

image

Vrijdagmiddag, een snel slaatje met Nick en Tine. Founding members of Abattoir. Flink gelachen. Tine stelt voor om te barbequen, diezelfde avond nog, op wat mogelijk de laatste dag goed weer van dit jaar wordt. Ja! Ja! Ja! De komende uren gaan er smsjes over en weer. Barbeque! Geen barbeque! Tine kookt, Laura en ik gaan er eten. Nick gaat naar Wilfried Pateet-Borremans’s speech op de Cultuurprijsuitreiking luisteren. Ondertussen is het hier vrijdag 18u48, ik zit in m’n kamerjas achter de computer en Laura pikt me op om 19u. Ik neem nu een schrijfbreak en kleed me aan.

Tot straks.

Lekker gegeten, goed gelachen en wat kunnen spelen met petekind Boon. Ook Laura gillend op en neer zien springen op een trampoline in Tine en Koen’s tuin. Wat een beeld. 

Wagner is vreemd. Wanneer goed gezongen, schiet ik vol. Het lijkt alsof de muziek zo is geschreven dat het de grenzen blijft pushen van het menselijke kunnen. Soms luister je veertig minuten, twee uur, vier uur en ineens wordt Wagner’s finaliteit onthuld; het publiekelijk auditief tonen van wat een onwaarschijnlijk apparaat de mens is. Het lichaam / de stem van een kundige zanger is mateloos ontroerend. 

Dinsdag ben ik m’n dagpas kwijtgeraakt. De dagpas werkt 24u en daarmee kom je de opera binnen. En daarmee raak je ook weer uit de opera. Ik heb een pas die heel de repetitieperiode geldig is maar vergeet hem soms mee te nemen. Dan krijg ik van Marcus of van Kris een dagpas. Dinsdag ben ik men dagpas kwijtgeraakt.

Woensdag ben ik ook m’n dagpas kwijtgeraakt.

Donderdag is Laura gaan bieden op een boerderij. Om 17u vandaag was het nog heel goed mogelijk dat ik landbouwer of paardenmenner ging worden. Om en bij 17u30 ging de boerderij aan twee keer zoveel centen als ik bezit en kan lenen. Voorlopig blijf ik operaregisseur. Jammer want ik wou graag een ezeltje. En een geitje. Misschien zelfs wat ganzen.

Het is 0u45. Het is heel laat vrijdag of heel vroeg zaterdag.

Maar écht zeker ben ik niet.

31/08/2013

Man-oh-man, was me dat de week wel.

Maandag was een videodag. Dat betekent niet met een zak Dorito’s bij aanschuiven in de zetel om naar re-runs van Doctor Who te kijken, maar kijken waar we staan met projecties in het decor. De videomensen kregen amper vloertijd omdat de andere technici ondertussen aan het decor werkten. Een ietsiepietsie frustrerend voor alle betrokken partijen. Uiteindelijk hebben Evelien en ‘de Stafkes’ toch goed werk kunnen verrichten. En de mensen van decor ook, natuurlijk. Natuurlijk! Alleen popel ik om de geïntegreerde videobeelden te zien. 

Dinsdagochtend van 9 tot 13u begon met een eerste belichtingsdag. Specifiek een focusdag. Dat wil zeggen: licht inhangen, maar nog niet richten. Deze dag werd het decor van de tweede akte opgebouwd. De ‘makkelijkste’ om uit te lichten. Sven (van Abattoir) en Nicolas (van de Vlaamse Opera) doen goed werk met hun collega’s. Mijn voorstellen wat licht betreft worden ter harte genomen en mooi vertaald. Het mist alleen wat aanpassingen waar geen tijd meer voor is. (Mmm, dat laatste dacht mijn moeder ook toen ik geboren werd.)

Van 14u tot 21u30 werk ik met de solisten aan de eerste en de derde scène van akte 2. Puntjes op de i zetten door hun parcours te bevragen. Met parcour bedoel ik het traject dat ze in hun hoofd afleggen. Tijd vliegt voorbij en zal dat ook de rest van de week blijven doen. Ik ga naar huis en voel me relatief okee. Geen hoofdpijn of extreme vermoeidheid. Desondanks slaap ik bijzonder rusteloos. Ik slaap drie à vier uur per nacht en de dromen die ik me herniner zijn kort van aard. Zo droom ik bijvoorbeeld dat ik met iemand aan het kuieren ben op een landweggetje dat aan beide kant dichtbebost is. Het lijkt een zwart-wit droom, behalve dat er een wat donkergroene kleur in de bomen zit. In de lucht meen ik een heel klein beetje blauw terug te vinden. De ‘iemand’ waar ik mee slenter is m’n trouwe technicus Sven. Hij fluit een liedje dat door de soundtrack in m’n droom wordt overgenomen. Ik herinner me een mooi, griezelig huis om de hoek. That’s it.  

image

Dit is Sven. 

In zijn handen houdt hij een doos waarmee hij op afstand de boel kan laten ontploffen. (Het is een foto van de opnamedag van de Helmut Lotti-videoclip die we een paar maanden geleden opnamen. Daarin heeft Sven Helmut’s borst laten ontploffen.) 

Woensdagochtend decorwissel van akte 2 naar akte 1. Ik heb met Kirsten en Tine (de twee formidabele actrices van Abattoir Fermé) afgesproken bij Les Saveurs de Yamada, bij Abattoir bekend als ‘het Japannerke’. Lekker gegeten en met Tine en de auto terug naar de opera. We komen vast te zitten in het verkeer én mijn bril valt zonder reden uit mekaar.

Om 14u10 belt Marcos me op terwijl ik om de hoek ben. Ik storm de zaal binnen met een halve bril op. En dit is de eerste keer dat ik zoveel mensen in m’n repetitie zie. Ook Canvas is daar. Ik was vergeten dat er vandaag gefilmd werd. Hot damn! Ik ben nu vereeuwigd als de regisseur met een excentrieke bril die te laat komt. Ik vlieg onmiddellijk in de repetitie, aan een rotvaart. We werken tot om en bij 20u30 aan aan alle losse eindjes van akte 3. En we lopen die akte ook nog eens door. 

Donderdag begint (nee, wacht; begint met het repareren van m’n bril met behulp van een ijzerdraadje) met het uitlichten van akte 3. Er is amper de mogelijkheid om iets te doen. Veel volk betekent soms ook wel eens dat de dingen trager lopen dan dat je ze zelf zou doen. Soms. Sven (de chef techniek en co-decorontwerper van Abattoir) is wat teleurgesteld wanneer hij ons decor ziet. Het steekt wat schonkig in mekaar. Een scheve muur, decorelementen die niet goed in mekaar passen. En arme Sven, die houdt van strak, wordt het zwart voor de ogen. Ik zie het bijzonder kundige team mensen dat er rondloopt en één ‘da komt goe’ van Mieke, dat maakt dat ik er gerust in ben.

Wacht.

Even een plaatje omdraaien. Deze dus.

image

Om 14u is er een doorloop van de eerste akte. Dan wordt het decor gewisseld, en dan om 18u is het een doorloop van de tweede akte. Er is nog wat werk aan, maar hoop en al ziet het er goed uit. En werken de solisten hard. Ze respecteren de keuzes die we gemaakt hebben en nemen die ook allemaal. Soms proberen ze eens ‘iets nieuws’ maar ze blijven op de lijn spelen die we samen hebben uitgezet. So I don’t mind, wat mij betreft mogen de solisten nieuwe dingen zoeken tot bij de laatste voorstelling.  

Heel de dag onderbreek ik niet en neem ik nota’s met verwijzingen naar het libretto. Ik markeer fluogroen in de tekst waar ik een opmerking heb en schrijf er ook een nummer bij. In een schriftje dat naast de partituur ligt, schrijf ik datzelfde nummer met daanaast dan weer m’n regieopmerking. Ik ben behoorlijk moe aan het worden. Het ‘gonst’ dan ook heel de tijd in de opera. Mensen die binnen en buiten lopen beginnen me notities te geven. Dat is okee, het is goed bedoeld en des mensen. Maar ik ben al langer en intenser met het proces bezig dan wie dan ook.

Overal in het gebouw klappen deuren dicht, achter de scène wordt er ‘stillekes’ gewerkt, een werklicht flikkert aan en dan weer uit. En dit werk vraagt zo’n extreme concentratie. ‘Tristan und Isolde’ wordt gezongen in een taal die ik niet machtig ben, er is de muziek, er is de fysiek van de solisten die je goed in de gaten moet houden, er is het acteren, er is het decor, er is (in dit geval) ook de discrepantie tussen decor en wat er soms gezongen wordt en ik probeer me er het licht, de acteurs en de toekomstige figuranten bij te fantaseren. Het is wel wat. Het is ook héél mooi gezongen; ik ben wat casting betreft met mijn poep in de boter gevallen. 

Vrijdag begint weer met licht. Akte 1 wordt ‘gefocust’. Op deze ochtend raakt Sven er niet. Aanstaande maandag zal cruciaal worden in het belichten van de drie aktes. Ik voel hem dagelijks zenuwachtiger worden. Ik heb een lunch met Eun-Kyung Lee, een danseres die een tijdje terug op auditie kwam bij Abattoir Fermé en een diepe indruk op ons heeft achtergelaten. Ik heb haar een aantal weken geleden gevraagd om over twee jaar met ons in een project te stappen. Ze heeft onmiddellijk toegezegd en wou graag nog eens samenzitten op die ene dag dat ze terugkwam van Seoul en voor ze doorvliegt naar Wenen. (Ah! Was ik maar danseres geworden! The high life!)

Om 14u is er een doorloop van de derde akte. Het wat teleurstellende decor van ziet er al een pak beter uit dan de dag voordien. Soms lopen de dingen traag in de opera, soms onwaarschijnlijk snel. De nabespreking gebeurt in brasserie Gustav, om de hoek. Dmitri (de maestro) drinkt daar appelsap met spuitwater - een drankje dat ondertussen Martina, mij en nog een hoop mensen heeft aangestoken. (Het zou iets typisch Duits zijn.) Het is zo’n hit bij Gustav aan het worden dat ze het voor mijn part een ‘Dmitrike’ mogen noemen.

De solisten hebben keihard gewerkt en zijn uitgeteld. Terwijl ik m’n notities geef zie ik sommigen van hen  wegzinken en bijna in slaap dommelen. Niet mijn schuld, ik kan vrij spannend notes geven. 

De rest van vrijdagavond en heel de zaterdag is vrij. We maken een paar afspraken. Het spelen, in wat we tot nu toe bereikt hebben, mag niet in het gedrang komen. Ik verwacht niet meer van de solisten dan dat ze dit niveau van spelen ophouden, de grens bewandelen die ik van hun vraag. Voor de rest gaan we komende week technisch werken. Daarover meer maandag of dinsdag, denk ik. Volgende week is extra’s en figuranten. Kostuums, pruiken, props en make-up. Het zal veel geduld vragen. Plots zoveel meer mensen op scène - al zullen ze maar een aantal minuten te zien zijn. Het is belangrijk dat ook die coördinatie goed gebeurt. Eenzelfde soort van professionalisme als dat van de solisten wordt verwacht van acteurs en figuranten.

Ik heb de hele opera gezien gespreid over twee dagen. ‘Het’ zit er allemaal in en ‘het’ komt er behoorlijk goed uit. In de week die er nu zit aan te komen brengen we de show samen naar een volgend niveau. 

Iemand feliciteerde me onlangs met deze regie, noemde het ‘being on top of the foodchain’. Nou - dit is werken. Elke regie is werken. En natuurlijk profiteer ik voor een stuk van het aura van een opera als Tristan und Isolde’. Maar als puntje bij paaltje komt, is dat soort aura niet meer dan ijdelheid. Het gaat om het werk, het gaat altijd om het werk. Ik ben kapot. Ik wandel als gebroken.

Wacht. Ondertussen zet ik een nieuwe plaat op.

image

Laura en ik rijden naar ‘t sas; een oud badhuis in Kessel gerund door een voormalig schoolmeester en zijn vrouw. Hij is oud en grumpy. We eten er met Tine en haar vriend Koen, m’n zesjarig petekind Boon is er ook bij. Hij heeft kleine witte papieren driehoekjes op zijn vingernagels geplakt met plakband. Alsof hij scherpe witte nagels heeft. Hij loopt wild van hot naar her en wanneer hij langs me scheert maakt hij een hissend geluid. Ik vind dat heel leuk en noem hem nonsensgewijs een ‘vamper’. Hij verstaat ‘pamper’ of ‘vlammer’. De steak was lekker. Danku, meneer schoolmeester. Het wordt donker en om elf uur rijden we naar huis want ik moet nog achter de computer. Ik moet gaan werken.

27/08/2013

okee,

ik ga mogelijk een wat incoherente blogpost schrijven want anders ben ik veel te lang bezig om jullie te updaten

Er werken véél mensen voor de Vlaamse Opera. Eén daarvan is Wilfried. Dit is Wilfried.

image

Zeg ‘hallo’ tegen de lezers van deze blog, Wilfried !

image

He’s such a nice guy !

Bij m’n repetities zitten een heleboel mensen mee aan tafel. Maestro Dmitri, zijn assistent Graham, iemand van props, iemand van kostuum, mijn assistent, een pianist, een dramaturg, etc… En soms komt de intendant ook luisteren. Er lopen wel twintig techniekers rond bij de opbouw van de decors, en die hebben zo allemaal hun eigen specifieke talenten. Licht, decor, patineren, electro, video, en zo verder. Er zijn de mensen die je binnen- en buitenlaten (ik heb nu mijn eigen badge!) en er zijn de mensen die het gebouw schoonhouden en koffie zetten. Er zijn de mensen van de dienst communicatie en die van de boekhouding.

Bij Abattoir hebben we enkel Nick, Nathalie en Sven. En drie acteurs. Ik overweeg een coup. 

Het decor ziet er geweldig uit. Ik heb vandaag (maandag) een stuk van de opbouw gezien en ik kan niet wachten om hem met Sven (en Nicolas, lichtman van de opera) uit te lichten. Elke akte krijgt een sfeer die vetter is dan erwtensoep met boerenworst en spek. 

Vorige week heb ik gerepeteerd met Lioba, Franco, Martin en Martina. Ik heb heel kort gewerkt met Stephan, Ante en Christopher. Ik ben zo goed als klaar met een ‘basis’ te leggen voor elke akte. Zo’n fond komt er alleen als alle ‘ingangen’ kloppen. Daarmee bedoel ik dat het belangrijk is dat de solist een reden heeft om de scène te spelen of om sommige dingen te doen of zeggen. Ik heb nog vier korte scenes te gaan. Hoogstwaarschijnlijk ga ik de zangers dan er door laten gaan zonder te onderbreken. Kijken of de flow klopt. Of er genoeg dynamiek is. Of het spannend blijft. Of alles in balans is. Of het klopt. En of het er goed uitziet. 

Mijn assistent heet Marcos. Die schrijft alles op wat de solisten doen. Alles. Met een potlood. Als een zanger een stap naar voor zet, twee stappen naar achter, met zijn hand kort zwaait en ademt. Dan schrijft hij dat op. En hij doet dat -boenk- op de noot die op dat moment wordt gezongen. Dus als een zanger vraagt ‘waar was ik toen ik dit of dat zong’, dan zegt Marcos; ‘toen deed je een stap opzij en flapperde je met je linkeroor’. Wanneer ik een actie verander, dan gomt hij de vorige uit en maakt hij een nieuwe notitie.

Ik wil Marcos. En Erlinde. En Guido. En Nico en Liesbeth. Ik wil Cees en Chris. Sophie en Mieke en Jochen en Catharina. Ik wil Steven en Petros en Luc en Piet. Ik weet niet wie Kristina is en wat een koorinspiciënt moge zijn. Maar ook haar wil ik. Ik meen het, ik overweeg een coup.

Vorige zaterdag is de ticketverkoop gestart en die loopt naar het schijnt goed. Dat is fijn om horen. Anders komt die stress er ook nog bij. Verdomme, ik moet nog reserveren voor een aantal mensen. Nathalie, als je dit leest, Laura op de premiere en een matinee voor mijn ouders. Oh! It’s gonna be great!

Vrijdag ben ik na de repetitie vertrokken naar Edinburgh. Ik ben naar twee Tourniquet-shows gaan kijken. De eerste was wat minder (naar ik vermoed de tol van 19 shows na mekaar), de tweede voorstelling was subliem. Goeie publieksopkomst, fijne recensies, een uitdaging voor de spelers, vriendelijke mensen, een hoge werkethiek en verdomd lekker gegeten. Het was m’n eerste keer Edinburgh (of Schotland sowieso) maar volgende keer wil ik zeker gedurende de hele periode van de partij zijn. Er schijnt op een strand eenhalf uur van Edinburgh een houten barakje te staan waar je uit een kartonnen bakje een waanzinnig lekkere verse kreeft kunt eten. Damn. Het is nu 0u46 en ik heb weer honger. In de frigo ligt geen kreeft. Ik ga zo eens kijken wat ik bij mekaar kan scharrelen. 

De twee nachten in Edinburgh bleef ik gespaard van nachtmerries. Vannacht was het weer van dattum. Die nachtmerries en slapeloze nachten gaan aanhouden tot de dag na de première. 

De avond voor ik Franco en Martin ging regisseren kon ik de slaap helemaal niet vatten. Ik was doodnerveus en lag om 5u ‘s morgens nog steeds wakker in m’n bed. Ik werd gek want had die week al amper geslapen. Dus ik denk, ik ga nog wat lezen. Op men nachtkastje ligt de bio van William Friedkin (The Friedkin Connection). De bio is amper twee maand uit en is een zeer vlot geschreven boek over Friedkin’s exploten in Hollywood. Zijn floppen zoals ‘Jade’ en ‘The Guardian’ en zijn megasuccessen als ‘The Exorcist’ en ‘The French Connection’. Ik had Friedkin vorig jaar nog in Brussel gezien toen hij zijn film ‘Killer Joe’ kwam promoten. Een man van om en bij de zeventig die een mening heeft over zowat alles. Ik ben een Friedkin-fan (zelfs van z’n zogenaamde slechte films) en heb de laatste maanden zowat elke film van hem gezien of herzien. Ik kon niet slapen, dus ik dacht, ik lees verder in zijn bio. Ik sla een nieuw hoofdstuk open en in de eerste paragraaf lees ik gelijk hoe hij via Zubin Mehta opera is beginnen regisseren.

Ik werd gek. Ik viel in slaap om zes en om zeven uur vijfenveertig liep mijn wekker af. Met hoofdpijn, een slaapkop en pijn in en rug naar de repetitie. Die wonderlijk wel verliep! Bij de lunch sprak Martin me aan op mijn filmfan zijn. (Waar gaat deze blog toch naar toe, beste lezers?!) Hij vroeg me of ik William Friedkin ken. Want hij en Lioba hebben in een regie gestaan van hem. Ik was sprakeloos. Ik bedoel. Wauw.      

Verdulleme. Maestro Dmitri heeft me een idee verteld dat hij verenigbaar ziet met de beeldentaal van Abattoir. And I agree, het komt in de buurt van iets dat ik zelf al eens in gedachten had. En het idee laat me niet los. Zo’n goed (en ambitieus) idee is het. Een nieuwe uitdaging maar een wel héél leuke. Een voorstelling die niet zou misstaan ter viering van 20 jaar Abattoir bijvoorbeeld. Rustig Stef, rustig.   

Maar daar mag ik nu nog niet aan denken. En daarbij komt dat het ding waarschijnlijk niet te realiseren valt. Ik weet dat het abstract klinkt, maar ik wil het echt niet zeggen. Alleen dat het knaagt en een stuk van m’n brein in beslag neemt. Dat is typisch. Je bent met het ene bezig en terwijl kijk je al drie jaar verder. Dat is waarschijnlijk wat ze ambitie noemen.

Misschien pleeg ik wel een coup. 

 

16/08/2013

Ik ben gek op oude filmposters. 

Terwijl ik dit schrijf, lopen er een aantal veilingen van posters waar ik een bod op heb lopen. Zo meteen komen een paar veilingen op hun eind. Ik ben benieuwd met welke pareltje ik de nacht ga afsluiten. Trust me guys, ik hou jullie op de hoogte. 

Eergisteren was de eerste dag. Na een korte inleiding door Aviel Cahn gaf ik mijn introductie. Aan het personeel van de opera, aan de solisten. Daarna gelijk beginnen repeteren met een pauze van één tot twee en dan door tot vijf. Ik ben blij om te melden dat er 40 minuten opera ‘ruw’ in mekaar steekt. Maar men, was ik doodop die avond! Van de zenuwen, van het geven van input en van het ‘beleven’ van die dag. Let me explain.

- Op van de zenuwen, want;

ik ben vaak nerveus bij mensen die ik niet ken. Dat valt meestal niet echt op omdat ik dat goed kan verstoppen onder een vette laag humor. Wanneer ik veel mensen (meer dan twee) die ik niet ken ontmoet dan werkt mijn geheime wapen niet altijd en lijkt het alsof ik serieus geestesgestoord ben. En het lachen van vreemden maakt plaats voor een gênante stilte, waarbij ik er steevast in slaag die stilte nog gênanter te maken. Mensen die moeilijker in te schatten vallen, maken me nog nerveuzer. Operazangers maken me héél nerveus. Het zijn meestal onzekere mensen waar héél wat druk opstaat. Ze incarneren tekst en muziek waar zoveel mensen al zo lang van genieten en worden er hard op afgerekend als hun prestatie niet toereikend is. In een regieproces kunnen ze wel eens achterdochtig, twijfelachtig, kleinzerig of hautain zijn. De eerste dag was geweldig. De kennismaking voelde heel goed aan, de solisten waren vriendelijk, nieuwsgierig en open. 

- Op van het geven van input, want;

Repeteren (of theater tout court) gaat over communiceren. Als regisseur heb je een ‘iets’ in je hoofd dat je wil uitgevoerd zien door de solisten. In het beste geval voegen ze aan dat idee andere ideeën toe. Dat tilt alles dan op naar een niveau dat je als regisseur niet kon bedenken. Dat zijn vaak de beste regies. Vaak bestaan de eerste repetitieweken uit het begrijpen van mekaar. In theater wordt een terminologie gebruikt die vaag lijkt wanneer je er niet erg vertrouwd mee bent. Tempo, ritme, dynamiek, fysiek, concreet, spannend, soortelijk gewicht, vécu, zijn woorden die evenzeer sturend als verwarrend kunnen werken. Dus bestaan de eerste weken vooral over het zoeken naar een taal die beide partijen begrijpen. Ik gebruik die tijd om een basis te leggen. Een soort van scenografie.

Ook probeer ik duidelijk te maken dat de tekst van binnen naar buiten werkt. In dat opzicht zijn de zangers soms aan het vechten met de impact van de muziek op zichzelf als performer. Mmm. Okee. Ik bedoel, ze vechten niet met de muziek an sich, want die ‘is’. Maar soms kan een bepaalde streep muziek er voor zorgen dat je iets doet dat buiten je wil ligt. Zeker als je voluit staat te zingen! En daar moet in de eerste plaats tegen gevochten worden. Dat is dat zogenaamde ‘overacting’; niet meer dan de impuls van het lichaam om zich over te geven aan de rol die de muziek dicteert. 

Daarbij komt dat je moet proberen om op elke vraag die een solist heeft een concreet antwoord te geven. Een regieaanwijzing waar ze wat mee aan kunnen. Dus niet, ‘hier moet je droevig zijn of angstig’. Maar iets bedenken dat ze kunnen uitvoeren waardoor het publiek snapt dat de acteur droevig of angstig is. 

- Op van het beleven, want;

Lioba en Martina zijn zeer goeie zangers. Om op een paar meter van me de muziek live te horen, maakt dat ik me gepriviigeerd voel. Bij wijlen is de kwaliteit, de kracht, het volume, het besef dat een menselijk lichaam dit kan, overweldigend. En natuurlijk houden ze zich nog wat in. Een confrontatie met zoveel kunde kan vermoeiend zijn. 

Tot nu toe verloopt de communicatie peachy-creamy. Straks werk ik aan scenes uit akte 1 en akte 2, met een speciale focus op duetten tussen Tristan en Isolde. Benieuwd om te ‘voelen’ wat de mogelijkheden zijn. En supernieuwsgierig om Franco Farina te horen zingen!

Ah! Dit is een poster die ik ‘gewonnen’ heb. Yes!

image

Heerlijk! Die komt in de badkamer, mag dan bij ‘Dr Goldfoot and the Bikini Machine’!

Ondertussen heb ik voor volgende week tickets naar Edinburgh. Ik ben blij dat ik naar ‘Tourniquet’ kan gaan kijken. Het had me anders toch wat vreemd geweest om van de meer dan twintig voorstellingen er geen ene gezien te hebben. Ik ben benieuwd hoe onze performer Oona gegroeid is en hoe de show is geëvolueerd. Ook kan ik die twee dagen dat ik er ben met Nick (de zakelijk leider, de baas van het archief, Stef’s reflector en mogelijk Abattoir’s grootste fan) wat bijpraten over komende projecten en avonturen. Er liggen voor de komende drie jaar geweldige plannen bij Abattoir op tafel, waarvan ik hoop dat we ze gerealiseerd krijgen. 

Ik ben moe nu. En wéér zenuwachtig. 

Over and out.

09/08/2013

Dit is de plaat die nu loopt.

image

Wat een dagen!

Het heeft wel iets, zo (ondertussen) acht uur lang elke dag naar die meesterlijke muziek luisteren en aantekeningen maken. Ik kan geen noten lezen en m’n Duits is verontrustend slecht. En toch zit ik over pianopartituren gebogen en probeer ik te ontcijferen waar de zangers (op de cd) - dedju! - nu weer zitten. Straks maak ik misschien een foto van die partituren. Kan je lachen. Ik heb min of meer 2/3e van de voorstelling onder de knoet. Ondertussen ben ik footage voor akte 2 aan ‘t monteren, een lichtverloop aan ‘t maken en over het repetitieschema aan het nadenken. 

Vandaag heb ik eens gekeken hoeveel dagen ik nu precies heb om dit spektakel in mekaar te boksen. Dit hou je niet voor mogelijk: zestien dagen. Donderdag 5 september is mijn laatste dag om een repetitie stil te leggen en scènes te hernemen. Vanaf dan ligt de show in handen van de dirigent en geef ik achteraf notities. Ook pittig: 19 september is de enige dag waarop alle elementen die deel uitmaken van een opera (kostuums, kap, grime, acteurs, solisten, orkest, licht, props, decor, machinerie en koor) samenkomen. That’s it. Ondertussen is alles in brokken gerepeteerd maar het blijft spannend. De eerste keer - alles- samen! Dat is een enorme kick! Met “L’Intruse” voelde dat al overweldigend aan. Spannend, spannend, spannend! 

De laatste dagen is er een oud ritueel terug in m’n werk geslopen. Dat ritueel heet koffie en weinig slapen. Sinds een week ziet een dag er ongeveer zó uit:

Laura maakt me wakker om 8u30, ik neem een douche en ga met een thermos vol koffie en een kopje melk naar mijn bureau. Dan opera, opruimen, opera, montage, opera. Dan lunchen en reflecteren over van alles behalve opera. Wél het pianopartituur en m’n notes meenemen, alsof wat er in staat op een of andere manier op me gaat ‘afwrijven’. Dan naar huis, opera, mails die al maanden zijn blijven liggen beantwoorden, opera, montage, opera, grasduinen in boeken die ik nog moet lezen, me inhouden om niet te beginnen snoepen en opera. Dan avondeten in m’n stadstuin en me daarna terugtrekken op mijn bureau om aan de opera te werken. Voor Laura gaat slapen brengt ze me een thermos koffie en een kopje melk. Ik werk aan de opera en eens voorbij middernacht schrijf ik wat en draai ik plaatjes. Als het schrijven niet komt, lees ik. Om 2 à 3u ga ik onder de lakens. Slapen is moeilijk (koffie!). Laura maakt me wakker om 8u30.

I love it. Het doet verschrikkelijk veel pijn aan m’n rug, but I love it.

Misschien moet ik nog eens op vakantie. Ik heb elk jaar zo’n vakantie van ‘veel zien, veel doen’. Maar ik mis iets à la slapen, wakker worden en prachtige velden. That’s it. Opstaan en uitgestrekte velden zien. Ik zou wel een beetje schrijven. Dat wel. Enfin, nog een jaar te gaan. 

Ondertussen in Edinburgh hebben de spelers zo’n zeven shows van “Tourniquet” achter de rug. Naar verluidt is het publiek enthousiast, krijgen we goede pers en word de show elke dag een beetje beter. Hier een foto uit ‘The Scotsman’. 

image

Ik vind het jammer dat ik de show niet kan zien, het is gewoon te druk hier. Anderzijds zou ik te hard uit m’n bubbel worden gehaald. De ‘Tristan en Isolde-bubbel’ waar ik bijna helemaal in zit. Nog een paar dagen en het enige ik dan nog eet en drink is Tristan, Isolde en koffie.   

Oh ja, vandaag is er iets gebeurd. Ik heb een traan gelaten terwijl ik aan het werken was aan Tristan. Ik las een zin terwijl die gezongen werd en plots begreep ik hoe diep die tekst ging. Het was niet per se een mooi stuk muziek of een goeie zinsnede. Het was snappen hoe briljant het libretto is en dat ‘begrijpen’ werd onderstreept door muziek. Alsof dat stukje muziek op dat moment de soundtrack was bij een stukje van mijn leven. Ik pleng ook telkens weer een traan bij de Buffy The Vampire Slayer aflevering ‘The Body’. Ik meen het. Of bij de eerste episode van ‘The Newsroom’. Het in gezelschap zijn van genialiteit ontroert me. Ik heb ook wel eens gehuild bij een balletvoorstelling. Maar dat is een verhaal voor een andere keer. 

Dit is de plaat die nu loopt. 

image

04/08/2013

Dag lieve mensen,

voor ik er ‘deftig’ aan kan beginnen moet ik door een intens ritueel dat er voor de buitenwereld alleen maar kan uitzien alsof Stef eindelijk gek is geworden. Gelukkig speelt dat ritueel zich zo goed als uitsluitend binnenskamers af. Het begint met opruimen. Vroeger had ik een nieuwe bureau of tafel nodig voor elk nieuw stuk dat ik schreef. Sinds enkele jaren volstaat het om op te ruimen, soms gecombineerd met het herschikken van het meubilair op mijn bureau. Vorige week, zo rond middernacht, begin ik hangmapkasten, boekenrekken, etalagekasten, bureau’s, tafels en torens van dozen te verzetten. Computers, tv’s, dvd-spelers en een geluidsinstallatie worden ontkoppeld en opnieuw aangesloten. Al bij al duurt dat zo’n vier uur. De dag daarop sta ik vroeg op om de helft van wat ik geen nieuwe plaats heb kunnen geven uit m’n zichtlijn te leggen. Lees; achter mij. Een week later ligt die rotzooi er nog. Werk voor vandaag en morgen (en overmorgen, en…). 

Ik kan niet werken als m’n werkoppervlak niet piekfijn in orde is. Sinds de komst van de computer ruim ik ook jaarlijks m’n desktop en harde schijven op. Heel het jaar lang pleur ik foto’s, tekstbestanden, schetsen en random notes ergens op het bureaublad en de harde schijf van men laptop. Aan het begin van het seizoen maak ik schoon schip. Ik orden mijn drie harde schijven en maak van elke schijf een kopie. Je weet maar nooit. En toch. Toch gaan er altijd bestanden verloren. Waaronder recent nog een map met om en bij de tweeduizend foto’s van de voorstelling Apocalypso.

Mijn bureau ziet er, op dit eigenste moment, zo uit.

image

Het nachtelijk herinrichten en opruimen is stap 1 in het klaarmaken om te beginnen werken. De volgende stap is het ‘jezelf in the mood brengen’ om je aan het werk te zetten. Dat gebeurt in twee fases. Een fase van hangen, wandelen, koffies gaan drinken, lezen, surfen,…

Dat is de fase waarin mensen me vragen; wat ben je aan ‘t doen? Aan ‘t werken, zeg ik dan. En dat is dan écht wat ik aan het doen ben. Het is een fase die tussen de twee à vier weken duurt. Soms gebeurt die fase tijdens repetities van een andere voorstelling, zelfs tijdens een vakantie. Stel je voor. Het is het hoofd dat blijft malen. Er zijn ideeën maar ze zijn ongrijpbaar, ze zweven voor je geestesoog maar ze zijn niet écht leesbaar.

Fase 2 bestaat uit opstaan, douchen, koffie drinken, een aflevering van een reeks zien die ik volg (op dit moment is dat Arrested Development seizoen 4), een plaat opzetten of op de andere computer een reeks of film opzetten die ik wil zien maar waarvan ik weet dat het de moeite niet is om er alle aandacht aan te geven. Auditief komt sowieso alles binnen.

En dan schrijf je. Dat is essentieel. Als je blijft staren naar een wit blad komt er niets. Ik begin te schrijven en ik stop pas wanneer ik niet meer kan. Dat is belangrijk voor me. Schrijven tot het op is. Dat wordt m’n eerste draft. Tijdens dat proces is de enige die ik af en toe iets laat lezen m’n vriendin. Voor de eerste versie af is laat ik niemand ‘binnen’. Wanneer het schrijven goed loopt wil ik ook alleen daar nog mee bezig zijn. Vergaderen, eten, slapen, weekends, … zorgen voor afleiding en halen me weg uit de bubbel die ontstaan is tussen mij en office-word. Deze blog is geen afleiding, het is eerder een verpozing waarbij ik het een en ander op een rijtje kan zetten. Zo werk ik min of meer elf maanden per jaar veertien uur per dag. 

Wat ben ik dan concreet aan het schrijven als het om Tristan en Isolde gaat? Door te schrijven probeer ik vat te krijgen op die opera. Ik schrijf wat ik voor me zie, wat er kan gebeuren op muziek. Ik maak als het ware per bedrijf een soort van prozaïsche samenvatting. Ik ben blij om schrijven dat ik sinds vandaag door het eerste bedrijf ben geraakt.

Een dezer meer. 

28/07/2013

O mijn god.

Nog twee weken voor ik er aan begin. Op de vloer dan, bedoel ik.

Met zeven mensen die ik niet ken. Dat is nieuw. In een ‘normaal’ theaterproces werk ik vrij organisch en associatief. Okee, niet altijd, het ene stuk is het andere niet. Maar toch. Decor en kostuums ontstaan gaandeweg, hier is zo goed al alles af voor ik met de eerste repetitie begin. En toch ga ik de eerste drie weken van het proces repeteren in een ruimte waar geen decor staat, geen kostuums worden gedragen en er een tafel staat met pseudo-rekwisieten. In plaats van te werken rond personages als geesten, ga ik werken in een spookdecor. 

Ik probeer me niet te verliezen in details. Grote lijnen. Dat is wat ik me heel de tijd voor de geest hou, grote lijnen. ‘Tristan en Isolde’ is het soort van werk dat zo meesterlijk is dat je jezelf er makkelijk in verliest. Wat geweldig is voor de luisteraar maar als je het werk gaat ensceneren zou dat wel eens fataal kunnen zijn. Écht. Dit is het soort van werk waar je gek van kan worden. Kijk maar naar de decorploeg die helemaal aan het verdwijnen is in het minutieuze.
Grote lijnen. Drie grote bedrijven, drie grote ideeën die in mekaar haken. Focussen op het acteerwerk van de zangers. Die ik nooit heb ontmoet. Zucht.

Ik besef dat ik een mail ben vergeten te sturen naar de juffrouw die onderhandelt met de zangers en managers van de zangers over hoe ze hun haar gaan dragen en of het al dan niet pruiken worden. Ik besef elke dag dat ik meer en meer rekwisieten vergeten ben door te geven. Het mes waar Tristan zich op stort om maar iets op te noemen. Ik besef dat ik plots heel zenuwachtig word.

Dus. Ondertussen ben ik drie weken naar Los Angeles gegaan. Altijd een bron van inspiratie. Ik ben er al zoveel keer geweest en nog steeds ontdek ik nieuwe plekken. Ik heb er iets gezien dat al tachtig jaar deel uitmaakt van de Laguna Beach-traditie. Dat iets heet ‘The Pageant of the Masters’. In een amfitheater kan je met 1999 andere zielen gaan kijken naar 3-D reproducties van oude meesters. De figuren in de schilderijen of beeldhouwwerken zijn échte figuranten beschilderd in de textuur van het originele werk. En ze doen heel hard hun best om niet te bewegen. Die werken kunnen er bijvoorbeeld zo uitzien:

image

Ik heb zelden zoiets nutteloos gezien, maar het publiek vond het ge-wel-dig. Het leek dat alsof door het nabootsen van Europese meesters, hun kunst geclaimd werd door Amerika. Zo, we hebben het nagemaakt dus nu is het van ons, plus: het is in 3D, dus nog spectaculairder. Ze hoeven er ook niet voor te reizen, gewoon vanop een stoel, de hele handel glijdt voorbij op scène. 

Mmm.

Wat wens ik een publiek toe na het luisteren en kijken van ‘Tristan en Isolde’? Wat wil ik dat er gebeurt? In de eerste plaats dat ze zich niet vervelen. Ik ben er zeker van dat de muziek an sich niet vervelend zal zijn. De dirigent, het orkest en de zangers zijn vakkundig genoeg om de muziek eer aan te doen. Maar soms, soms is de enscenering van een opera zó slecht dat het visuele het auditieve kan ‘bevuilen’. Daar waak ik voor.
Oh, ik hoop dat het publiek in de eerste akte héél erg mee is met het verhaal én met de voorgeschiedenis. Ik hoop dat de discrepanties tussen tekst en beeld niet gaan tegenwerken én de vorm zelfs, zelfs!, voor een openheid in kijken en voelen gaat zorgen. Ik zou durven schrijven dat ik hoop dat het een beetje als cinema gaat werken. Hoogst immersief dus. Wagner is toch een van de godfathers van wat de betere filmmuziek zou worden.
Ik hoop dat het publiek de tweede akte als een trance ervaart. Een soort van spreuk of hypnose waar Tristan en Isolde onder belanden waar het publiek langzaam in meegezogen wordt.
Ik hoop dat het publiek blijft zitten tot na de tweede pauze.
Ik hoop dat bij het derde deel alles in zijn plooi valt.
Liefst op een associatieve, zintuiglijke en emotionele manier.  

Hoe gaan de komende twee weken eruitzien? Hoogstwaarschijnlijk nog een afspraak met dramaturg Luc, mogelijk met de dirigent Dmitri Jurowski, zeker en vast met productiemensen Sophie en Mieke, misschien langs het atelier in Zele, en Canvas maakt een ‘making of’, dus die mensen ga ik ook nog tegen het lijf lopen. Sowieso zal de komende vier weken vier uur per dag (behalve zaterdag of zondag) bestaan uit het beluisteren van ‘Tristan en Isolde’ en het maken van notities. Een soort draaiboek maken van sequenties, het proberen scherpstellen van waarom elk personage doet wat hij of zij doet, het verder nadenken over een aantal theatrale oplossingen en het herbekijken van ideeën van een tijdje terug. Kijken of het niet nog beter kan. De andere uren van de dag ben ik bezig met afspraken en met de montage van een aantal beelden die ik heb geschoten voor akte 2. Je kan stellen dat de komende twee weken ongeveer tien uur per dag besteed zullen worden aan ‘Tristan en Isolde’.

Andere uren gaan naar het drukklaar maken van een boekje met twee theaterteksten en de DVD-release van de reeks MONSTER!, die ik samen met Jonas Govaerts heb gedraaid en die in oktober verschijnt. Ai, daar moet ik morgen en volgende week maandag nog wat voor draaien. Dan is er het lezen van theaterteksten, welke-o-welke repertoiretekst ga ik in het najaar ensceneren met m’n klas Masterstudenten van het RITS? Voorlopig liggen ‘The History of the Devil’ van Clive Barker en Shakespeare’s ‘The Tempest’ op tafel. Ik ben aan het bijstuderen over het barokke theater en grand guignol. En ik ben een concept-LP aan het bij mekaar schrijven voor o.a. de band Capsule en huismuzikant Kreng. Last but not least begint een filmscenario vorm te krijgen. 

En ‘s nachts? Is het dan rustig? Ja. Op een manier. Het enige geluid dat ik nu hoor is dat van een oude ventilator die op drie meter van me staat te draaien. Af en toe hoor ik een auto voorbijrijden. Heel af en toe iemand op straat die te luid aan het praten is. Het is nu 23u39, wat doen die jongetjes nu nog op straat? De krekels, die ik aan m’n kikkers voer, tsjirpen. (Daar ben ik gek op. Het is alsof ik in de Provence zit in plaats van in Mechelen.) Soms zet ik een LP op, maar die stopt met draaien na 25 minuten en ik vertik het van op te staan en ze om te draaien. Soms luister ik vier keer na mekaar naar dezelfde kant. Maar dat is niet erg. Vanavond is het Berberian Sound Studio. Eerlijk gezegd is vier keer na mekaar luisteren naar die A kant me wél wat te veel. Allez kom, nog één keer dan. 

image

Voor het slapengaan kijk ik naar een aflevering van een tv-reeks die ik volg (momenteel ‘Arrested Development’), of lees ik een comic book (‘American Vampire’), of lees ik verder in een boek (Bill Bryson’s ‘At Home’). 

En tijdens het slapen. Ik beloof je dat dan de nachtmerries beginnen. Tristan en Isolde-nachtmerries. Muziek in loop, ruzie met zangers, het publiek dat buitenloopt, scènes die de mist ingaan, ik die op scène de boel moet gaan uitleggen, enzovoort. De nachtmerries zullen me heel het repetitieproces achtervolgen. Alleen de première biedt verlossing. Zo gaat het al jaren en het zal er niet beter op worden. 

Mijn god.
Nog twee weken voor ik er op de vloer aan begin.